drs. Puck Meijer, cultuurhistoricus

RecensiesReacties staat uit voor drs. Puck Meijer, cultuurhistoricus

De portretten van Mart Franken

Om te beginnen feliciteer ik bestuur en medewerkers van tanteLouise-Vivensis met de opening van dit prachtige gebouw, Residentie Moermont. Wat mij erg aanspreekt is dat kunst de zorg versterkt in dit gebouw. Je kunt het niet missen, de portrettengalerij is prominent aanwezig. Mart Franken heeft daar drie jaar aan gewerkt en ik mag u er iets over vertellen omdat ik een leerling ben van Mart. In ongeveer 13 minuten probeer ik u een beeld te geven van dit project vanuit drie invalshoeken: de opdrachtgever, de kunstenaar en tot slot wij, de beschouwers.

De opdrachtgever komt eerst, want zonder opdracht is er geen project. De combinatie kunst en zorg lijkt op het eerste gezicht niet voor de hand te liggen, maar de wortels zijn van een respectabele leeftijd. Al in de Middeleeuwen gaven zorginstellingen – in die tijd waren dat gemeenten- regelmatig opdrachten aan een schilder. De onderwerpen waren vaak van christelijke oorsprong, zoals de zeven werken van Barmhartigheid. Maar ook het afbeelden van bewoners van wees- en gasthuizen was niet ongewoon. Het eigen gezicht van degene die geschilderd werd, speelde toen niet altijd een rol. Weeskinderen bij voorbeeld, waren allemaal hetzelfde gekleed: namelijk in de kleuren van de stad. Een voorbeeld van een gasthuisbewoner is te zien in het Centraal Museum in Utrecht. Jan van Bijlert schilderde in de eerste helft van de 17e eeuw een portret van een 100-jarige man die in het Bartholomeusgasthuis in Utrecht woonde.
In die tijd bezaten de voorgangers van tanteLouise-Vivensis ook kunst. Dat blijkt uit de archieven, die teruggaan tot de Middeleeuwen. Jammer genoeg weten we niet wat daarop was afgebeeld.

De combinatie kunst en zorg was en is geen monopolie voor Bergen op Zoom. Ook in onze tijd geven verschillende zorginstellingen opdrachten aan kunstenaars. Toch is dit project uniek. En dat komt door de omvang. Ik heb Marten Jan Bok -een deskundige op het gebied van kunstopdrachten van de Universiteit van Amsterdam- gevraagd of hij een project van deze omvang kent in verleden of heden. Maar hij was nog niet eerder tegengekomen dat er een portret werd gemaakt van alle bewoners van een zorginstelling.
En juist dat gegeven benadrukt voor de opdrachtgever de eigenheid en de gelijke waarde van elk mens afzonderlijk. Daarom ook worden de mensen geschilderd zoals ze zijn. Niet jonger, decoratiever of harmonieuzer, maar portretten die levenservaring en karakter laten zien. Het geheel heeft de vorm van een groepsportret gekregen. Alle schilderijen hebben hetzelfde formaat en format. Daarbinnen kreeg de kunstenaar alle vrijheid om te schilderen volgens zijn visie.

Dat brengt ons bij de schilder, Mart Franken. Hij accepteerde de opdracht omdat het onderwerp hem mateloos boeit. Vanuit een diepe belangstelling voor de mensen die vaak veel hebben meegemaakt, schildert hij hen. Karakter en levenservaring zijn te zien in expressieve koppen, maar ook in alledaagse attributen als krulspelden of een bloemetjesjurk.
Die uitbeelding is geen eenrichtingverkeer. Een kunstenaar geeft ook zichzelf in het schilderij dat tot stand komt, waardoor we niet alleen degene die model staat leren kennen, maar ook de schilder. In één van mijn eerste schilderlessen zei Mart: “schilderen brengt je bij jezelf” en een paar lessen later zei hij: “elk schilderij is een zelfportret”. In al die verschillende gezichten van Residentie Moermont moet dus ook iets van Mart Franken terug te vinden zijn. Laten we eens kijken hoe hij dat doet.

Het maken van een schilderij heeft iets magisch. Neem een stuk schilderslinnen of een andere drager, een paar penselen en 4 kleuren verf: rood, blauw, geel en wit. Verder heb je iets nodig om verf op te mengen, een pot met water en een doekje om je penselen af te vegen. De ingrediënten zijn simpel. Eén van de mensen die Mart hier schilderde zei: “wat jij doet kan ik ook, ik moet alleen nog leren tekenen”. En zo is het. De techniek is wel nodig, maar dat is niet de magie. Hoe kan het dat er op het doek een mens ontstaat die wij herkennen als onszelf of een bekende. En misschien nog universeler. Ook als we die mens niet kennen, zien we humor, achterdocht, gezelligheid, verdriet, trots, enz.

Hoe komt het dat we dat allemaal zien in die kleuren, lijnen en vlakken die de schilder met zijn verf en penselen heeft gemaakt ? En zien we allemaal hetzelfde of ziet de één een konijn waar de ander een eend ziet ? Waaraan herken je een mens ? Houding ? Gebaren ? Oogopslag ? De vorm van ogen, mond, neus, oren ? Dat zijn vraagstukken van de psychologie waar de kunstschilder – al dan niet bewust – ook mee werkt. Hoe dan ook: er is geen vaststaand recept waarmee een portret dat meer te bieden heeft dan een reclameplaatje, tot stand kan komen. Daarvoor is naast vakmanschap en talent ook chemie nodig tussen de kunstenaar en degene die hij uitbeeldt. En een manier van schilderen die dat tot z’n recht laat komen.

Chemie ontstaat door contact tussen mensen. Vaak is er tijd voor nodig om dat contact te bewerkstelligen. En die tijd is er tijdens het schilderproces. Voor Mart is dat essentieel. Hij praat met de mensen die hij gaat schilderen. Of beter gezegd, hij laat hen zoveel mogelijk vertellen en hij luistert, heeft belangstelling voor hun verhalen en respect voor degene die hij schildert en intussen ontstaat er een portret. Dat gaat niet altijd even gemakkelijk omdat niet alle bewoners meer in staat zijn om te communiceren. Op de één of andere manier helpt de schilderkunst daarbij. De vraag ‘mag ik je tekenen’, heeft vaak een uitwerking op mensen. Voel je je dan heel bijzonder ? Of reageer je op de aandacht die je krijgt als iemand echt naar je kijkt en naar je luistert ? Is het de persoonlijkheid van Mart zelf die vertrouwen wekt ?
Feit is dat mensen die Mart schildert, hem veel vertellen. Ook mensen die anders niet veel zeggen of die hun verhalen al heel lang in zichzelf hebben opgesloten. Het contact is soms heel broos, het lijntje breekt maar zo. Maar een gesprek kan ook heel vrolijk zijn of spontaan.
Door de chemie ontstaat een creatieve stroom tussen twee mensen. En een stukje waarheid over de mens die wordt afgebeeld wordt zichtbaar en de schilder legt dat vanuit zijn intuïtie vast op zijn doek. Als wij dat als beschouwer waarnemen, kan het ons ontroeren. Waarheid en ontroering hebben ook te maken met de manier van schilderen van de kunstenaar.

In de 18e eeuw zei de schilder Liotard: “de schilderkunst is een verbijsterende tovenares. Zij weet ons met de grofste leugens te overtuigen dat zij de Waarheid zelf is”. En wat is de waarheid in de schilderkunst dan wel ? Een perfecte nabootsing van de natuur ? Anatomie en andere verhoudingen volgens de schema’s ? Dus armen niet te lang of te kort, de neus op de plaats die je in de spiegel ook ziet ? Geen groene, maar huidkleurige wangen ? De eerste rebelse schilder in de Nederlanden was Rembrandt en hij vond dit soort details niet altijd belangrijk. En ze werden steeds minder belangrijk toen verschillende kunststromingen vanaf het midden van de 19e eeuw de academische kunstwereld op zijn kop zetten. De beeldtaal van de schilder werd steeds meer gericht op individuele zeggingskracht. Het staat elke schilder vrij om te experimenteren met penseelstreken, vormen, kleuren, composities. Mondriaan abstraheerde uiteindelijk wat hij uit wilde beelden tot lijnen en vlakken en Matisse liet ons een wereld van kleur na.
Soms benoemden kunstenaars zelf de stijl waarin ze werkten en soms zorgde de kunstgeschiedenis daar achteraf voor om wetenschappelijke ordening en beschrijving mogelijk te maken. Schilders die op dit moment werken, zijn daar niet gemakkelijk in te passen en het is dan ook niet mogelijk om Mart Franken een bestaand stijletiket op te plakken. Er zijn natuurlijk wel overeenkomsten in benadering met andere schilders, maar de uitwerking is uniek en van hemzelf. Zijn stijl lijkt nog het meest op het expressionisme omdat individueel en gevoelsmatig werken daarin een grote rol spelen. Voor Mart is intuïtie het sleutelwoord. Een nieuw schilderij is een onbeschreven blad waarbij hij van te voren niet weet wat er gaat ontstaan. Hij gaat alle beperkingen die dat proces kunnen verstoren uit de weg. Er is dus per definitie geen vooropgezet plan of een bedachte stijl. De mens die door hem wordt geschilderd bepaalt uiteindelijk door zichzelf te zijn de stijl en de kleur waarin hij of zij wordt afgebeeld.

Kortom: door de wisselwerking die in gang is gezet door het contact en wordt uitgevoerd door het eigen handschrift van de kunstenaar, zie je in elk schilderij de visie van de schilder op wat hij waarneemt en daarmee is het ook een zelfportret.

En tot slot zijn u en ik, de beschouwers aan de beurt. Meer dan 300 portretten laten elk een eigen wereld zien en als groepsportret geeft het een bijzonder beeld van het ouder worden. Het doet mij denken aan een lied van Herman van Veen waarin hij zingt over het ouder worden: “al dat vreselijke snoeven zal tenminste niet meer hoeven.” In de portretten is dan ook geen hiërarchie meer te zien, iedereen is evenveel waard en is zichzelf.

Maar daar blijft het niet bij. Afbeeldingen werken naar twee kanten. De kunstenaar heeft zijn visie in de afbeeldingen gepresenteerd en die afbeeldingen zelf hebben daardoor ook de kracht om naar buiten toe die visie op te roepen. En daarmee vaak ook de kunstenaar. Ik geef een voorbeeld. Neem zonnebloemen in uw gedachten. Aan wie of wat denkt u dan ? Waarschijnlijk aan Van Gogh. En aan zonnige dagen in de Provence misschien of een andere associatie.

Voor een aantal bewoners van Residentie Moermont werken de portretten op een bijzondere manier. Ik heb begrepen dat het feit dat Mart daar zit te schilderen de creativiteit van diverse bewoners wakker maakt of weer wakker maakt. Zien schilderen doet schilderen !

Het werkt ook voor mij. Mijn moeder lijdt aan de ziekte van Alzheimer en zij woont in een verpleegtehuis. Ik ervaar het bezoek aan mijn moeder heel anders door Marts werk en wat het uitstraalt. Het is veel lichter geworden omdat ik haar en haar medebewoners niet meer ervaar als zieken die in een doodlopende straat wachten op het einde. Ik ben heel dankbaar voor de nuances die ik nu zie. Daarin zitten heel veel sprankjes geluk. Ik hoop van ganser harte dat Marts werk op veel mensen deze uitwerking zal hebben.

U gaat straks de portretten bekijken of weer bekijken en het zal misschien niet mogelijk zijn om dat vandaag in alle rust te doen. Dat is jammer, Mart heeft ze met veel aandacht gemaakt en ze verdienen het om met evenveel aandacht bekeken te worden. Maar u kunt altijd terugkomen natuurlijk.
Ik geef u graag een paar woorden als leidraad mee van Louis Couperus. Hij omschrijft precies wat ik bedoel hoe u zult kunnen genieten van de portretten. En ik citeer: “….alle met de bekoring van haar lijnen en kleuren, alle het stille gebaar van hun beweging en emotie.”

Lezing van drs.Puck Meijer ,cultuurhistoricus, bij de opening van Residentie /verpleeghuis Moermont te Bergen op Zoom.

Comments

comments

» Recensies » drs. Puck Meijer, cultuurhistoricus

27 september 2014

Comments are closed.